NRC over de radicale een-staat-oplossing http://www.israel-palestina.info/actueel/2017/02/19/nrc-over-radicale-een-staat-oplossing/ = IMO Blog = De NRC ging afgelopen donderdag dieper in op de aanhangers van een eenstaatoplossing, maar ...

Click here to read this mailing online.

Your email updates, powered by FeedBlitz

 
Here is a sample subscription for you. Click here to start your FREE subscription


  1. NRC over de radicale een-staat-oplossing (IMO)
  2. De Reguleringswet en het afscheid van de twee-staten-oplossing (IMO)
  3. Een illegale legaliseringswet? (IMO)
  4. Reguleringswet nederzettingen: een draak van een wet
  5. Israël tussen hoop en vrees: onevenwichtige boekrecensie door Marcel Hulspas
  6. More Recent Articles

NRC over de radicale een-staat-oplossing (IMO)

 

 

http://www.israel-palestina.info/actueel/2017/02/19/nrc-over-radicale-een-staat-oplossing/

 

= IMO Blog =  

De NRC ging afgelopen donderdag dieper in op de aanhangers van een eenstaatoplossing, maar miste de kern. Ook staan er in het artikel van Derk Walters een aantal onjuistheden. Zo schrijft hij dat bij de tweestatenoplossing alle circa 600.000 kolonisten hun huizen uit moeten, en dat ‘omdat dit weinig realistisch wordt geacht’ er wordt ‘nagedacht over oplossingen die een deel van de illegale nederzettingen bij Israel zouden voegen’. Maar juist belangrijke voorstellen en akkoorden die uitgaan van twee staten voorzien ook in behoud van enkele grote nederzettingenblokken voor Israel, soms in ruil voor land elders of een corridor tussen de Gazastrook en de Westbank.

Walters schrijft terecht dat aanhangers van de eenstaatoplossing vooral te vinden zijn aan de politieke flanken, onder uiterst rechts en links dus. Dan schrijft hij dat de motivatie echter volstrekt anders is: “de één wil Palestijnen volledige rechten geven, de ander wil dat Israël de volledige controle houdt.”. Het venijn zit hem hier in het woordje ‘volledig’. Met ‘volledige controle’ wordt duidelijk bedoeld dat de Palestijnen dan juist geen rechten hebben. Zij zouden in het plan van Bennett dat wordt genoemd slechts autonome enclaves krijgen. Zo krijgt Israel ‘het beste van twee werelden’: het hele gebied maar niet de inwoners, die geen eigen staat krijgen en ook geen stemrecht in Israel. Terecht wordt dit met de Zuid Afrikaanse Apartheid vergeleken.

Dan wordt de eenstaatoplossing aan de andere kant van het spectrum besproken:

Ook de ultralinkse website Electronic Intifada toonde zich tevreden over Trumps opmerkingen. Voor de pro-Palestijnse activisten achter deze publicatie is de tweestatenoplossing taboe, omdat de Palestijnen zo 79 procent van hun historische thuisland zouden weggeven aan de Israëliërs. Ook zij willen één staat, maar dan met gelijke rechten voor iedereen.”

Volledige Palestijnse rechten zijn nu veranderd in ‘gelijke rechten voor iedereen’. Nogal een verschil, dat verder niet wordt toegelicht. Wel wordt EI redacteur Ali Abunimah geciteerd:

Toch denkt Electronic Intifada dat er een opening voor is. Annexatie van de Westelijke Jordaanoever, schrijft Ali Abunimah op de site, zou niet zomaar op Israëls eigen voorwaarden kunnen gebeuren. De druk zou toenemen, zoals ook gebeurde in Zuid-Afrika, om de „openlijk verklaarde apartheid” te beëindigen.

Het einde van de ‘tweestatenwaan’ zou aan het licht brengen dat er een prijs is voor het behoud van een ‘Joodse staat’: de decennialange schending van de rechten van miljoenen Palestijnen.

Walters schrijft terecht dat veel Israeli’s vrezen dat de Joden hun meerderheid in zo’n staat zullen verliezen, maar hij mist een nog belangrijker punt: in een staat die door Arabieren wordt gedomineerd is het snel gedaan met de rechten van Joden. Er is geen enkele Arabische staat waar Joden gelijke rechten hebben of überhaupt fatsoenlijk worden behandeld en veilig als Jood kunnen leven. Er wonen dan ook nauwelijks nog Joden in de Arabische landen. Hier wordt wel tegenin gebracht dat als de Palestijnen hun rechten hebben een belangrijke voedingsbodem voor antisemitisme is verdwenen, maar dat is pure speculatie. Voordat Israel bestond werden Joden in de Arabische wereld ook al gediscrimineerd en waren er pogroms, al was het doorgaans minder extreem dan in Europa. Arabisch antisemitisme gaat dieper dan alleen onvrede met het lot van de Palestijnen. Op zijn allerbest zouden Joden als tweederangs burgers worden geduld mits ze zich aanpassen aan de overheersende Arabisch-islamitische cultuur.

De ‘opening’ van Abunimah is onduidelijk. Terecht zegt hij dat annexatie van de Westbank op Israels voorwaarden niet rechtvaardig is en de druk om gelijke rechten zou toenemen. Dat is dus precies waarom een ruime meerderheid in Israel ook altijd tegen annexatie was, en nog is, en het merendeel van de Westbank wil opgeven in ruil voor vrede (inclusief een deel van, maar niet alle, nederzettingen). Vervolgens heeft hij het over de prijs voor het behoud van een Joodse staat, die bestaat uit het schenden van de rechten van miljoenen Palestijnen.

Dat is onzin. Zolang de bezetting er is hebben Palestijnen inderdaad minder rechten, maar dat is dan ook een tijdelijke situatie en ook nooit bedoeld als oplossing. Het bestaan van Israel zelf is geen schending van de rechten van de Palestijnen. Door dat te stellen ontkent Abunimah de Joodse wortels in het land en het recht van de Joden op zelfbeschikking.

Dat zoveel Palestijnen lijden onder het conflict ligt precies daaraan, dat er een conflict is ontstaan omdat de Palestijnen en de Arabische landen geen Joodse zelfbeschikking accepteerden en de rechten van de Joden aldaar schonden. Die strijd verloren ze met als gevolg miljoenen (nakomelingen van) vluchtelingen en een bezetting. Men had ook in 1947 in kunnen stemmen met het delingsplan dat de VN aanbood, of eerder al met een van de Britse plannen. Maar de Palestijnen onder leiding van nazi collaborateur Al Husseini wezen ieder compromis af en moesten niks van de Joden in het land hebben.

NRC citeert Abunimah zonder een kritische noot, zoals die wel te vinden is bij Bennetts annexatieplannen, waarvan wordt gesteld dat critici ze met de Apartheid vergelijken. Zo lijkt de NRC opnieuw (na o.a. de columns van Abou Jahjah en de kritiekloze recensie van zijn optreden in Zomergasten) Israels bestaansrecht niet meer als uitgangspunt te hanteren en geeft het radikale antizionisten het laatste woord. Abunimahs voorstellen en uitspraken zijn minstens zo verwerpelijk als die van Bennett. In feite gaan ze veel verder. Het betekent het opheffen van een sinds bijna 70 jaar bestaande onafhankelijke staat. Een staat van een millennia lang vervolgd volk. De Joden zouden dan wederom op de vlucht moeten slaan en statenloos worden. De kans dat de 23ste Arabische staat die er dan voor in de plaats komt een stabiele democratische staat wordt lijkt me vrijwel nihil.

De NRC besluit met Netanyahu die ‘op de persconferentie weigerde een tweestatenoplossing te steunen’. ‘Toch moeten de aanhangers van één staat zich niet te veel verheugen. Na zijn gesprek met Trump zei Netanyahu dat hij „geen 2,5 miljoen Palestijnen bij Israël” wil voegen. „Ik wil niet dat ze onze onderdanen zijn.”

Hij wil echter ook niet zoals Bennett de Westbank annexeren. Dan kom je dus toch op een vorm van twee staten uit, al zal een Palestijnse staat (in elk geval aanvankelijk) niet geheel soeverein mogen zijn wat hem betreft, en houdt Israel de controle over grenzen en luchtruim.

Onvermeld blijft, hier en ook in andere media, dat je ook vraagtekens kunt zetten bij de tweestatenoplossing die Abbas en de PA zeggen voor te staan. De Palestijnen spreken wat dit betreft continu met een dubbele tong. Laatst nog wees iemand me erop dat het officiële logo van de PLO dat ook op de Palestijnse missie in Nederland prijkt, bestaat uit een afbeelding van heel Israel. Dat is dus Palestina in hun ogen, hun beoogde staat. Ook weigerde Arafat bij de vredesonderhandelingen een ‘end of conflict’ clausule te tekenen, omdat men blijkbaar de mogelijkheid open wil houden later nog met claims te komen.

In schoolboeken, op de Facebookpagina, in uitingen in de media, continu wordt gerefereerd aan het hele gebied tussen de Jordaan en de zee als ‘Palestina’ en worden steden die in Israel liggen als Palestijns bestempeld. Ook Fatah leiders en PA functionarissen hebben geregeld dingen gezegd die een tweestatenoplossing tegenspreken. Abbas zelf heeft nooit het Joodse recht op zelfbeschikking erkend, en heeft het niet over twee staten voor twee volken. Ook blijft onduidelijk in hoeverre hij bereid is tot een compromis wat betreft de vluchtelingen. Soms suggereert hij van wel, en zegt dat hij begrijpt dat niet alle miljoenen nakomelingen van de vluchtelingen ‘terug’ kunnen keren naar Israel. Dan weer neemt hij zijn woorden wat dat betreft terug en noemt dit een onvervreemdbaar recht.

Waar aan Netanyahu’s oprechtheid wat betreft de tweestatenoplossing en de wil tot een compromis (terecht) wordt getwijfeld, blijft Abbas altijd en eeuwig buiten schot. En terwijl Netanyahu’s rechtse coalitiepartners steeds in de spotlights staan, horen we zelden over de hardliners waar Abbas mee te maken heeft, binnen en buiten zijn partij. Kortom: wat de Palestijnen vinden en doen doet er niet toe, zij zijn geen onderdeel van het conflict, ze staan erbuiten en zijn slechts lijdzaam slachtoffer. De enige wiens handelen allesbepalend is, is blijkbaar Israel. Dat doet geen recht aan de gecompliceerde werkelijkheid en de dynamiek tussen beide partijen. De NRC maakt zich er in haar artikel over de een- versus tweestatenoplossing veel te makkelijk vanaf.

Ratna Pelle

 

      

De Reguleringswet en het afscheid van de twee-staten-oplossing (IMO)

 

 

http://www.israel-palestina.info/actueel/2017/02/18/reguleringswet-en-afscheid-tweestatenoplossing/

 

= IMO Blog =  

In de Nederlandse berichtgeving over de aangenomen ‘Reguleringswet’ van Israel (zie: Een illegale legaliseringswet?”), moet je goed tussen de regels lezen om erachter te komen dat de wet nog langs het hooggerechtshof moet, en daar wellicht zal sneuvelen. Het enige dat de Volkskrant hierover schrijft is het volgende: “Procureur-generaal Avichai Mandelblit heeft de wet ongrondwettelijk genoemd en zei haar niet te zullen verdedigen in het Hooggerechtshof.” Wel is er ruimte om een zeer rechts Knessetlid te citeren, suggererend dat dit is hoe de meerderheid in de Israelische regering erover denkt:

‘Vandaag stemmen we over ons recht op land’, zo zei kabinetslid Ofir Akunis voorafgaand aan de stemming. ‘We stemmen vanavond over de connectie tussen het Joodse volk en zijn land. Het hele land is van ons, helemaal.’

Op dezelfde manier worden vaak hopen nederzettingen aangekondigd, terwijl de plannen niet allemaal uitgevoerd worden, soms jarenlang in de ijskast verdwijnen, om dan als ze eruit gehaald worden weer in onze media verschijnen alsof het om nieuwe plannen gaat.

Wanneer deze wet straks zeer waarschijnlijk door het hooggerechtshof wordt afgewezen, zal dat hooguit een klein eenkolommig berichtje op pagina 10 opleveren, als het de krant al haalt. Ook opvallend is dat nu in de media opeens voorzichtig doorklinkt dat Israel onder de regering Obama behoorlijk terughoudend was in het bouwen in de nederzettingen, terwijl toentertijd vaak werd geschreven over het maar doorbouwen door Israel. Likoed geeft hier een aantal voorbeelden van bij Trouw, maar alle media schetsten een beeld van een ultra rechtse regering die enthousiast nederzettingen bleef bouwen of uitbreiden, alle internationale kritiek naast zich neerlegde en de tweestatenoplossing had laten varen. Nu blijkt het allemaal iets genuanceerder te zitten en blijkt dat Israel zich wel degelijk wat aantrok van de kritiek van met name de VS, en niet aan de lopende band Obama liep te schofferen zoals gesuggereerd.

Rond Trump zie je iets vergelijkbaars. Aanvankelijk werd benadrukt dat Trump Netanyahu en zijn bouwlustige regering geen strobreed in de weg zou leggen. Zo schreef de Volkskrant op 1 februari dat Trump ‘al tijdens de verkiezingscampagne liet weten geen moeite te hebben met Joodse nederzettingen’, en ‘een uitgesproken voorstander tot ambassadeur in Israël benoemde’ die zelfs geld doneerde aan een fanatiek-religieuze nederzetting. Opvallend genoeg zegt de kop van het artikel dat Israel ‘de rem op bouw nederzettingen loslaat’, een rem die voorheen nooit werd vermeld.

En afgelopen week sprongen media er gretig op in toen een medewerker van het Witte Huis gezegd zou hebben dat Trump niet aan een tweestatenoplossing vasthoudt. Gesuggereerd werd dat de VS van de tweestatenoplossing waren afgestapt, omdat Trump zei dat “als Israël en de Palestijnen gelukkig zijn, ben ik gelukkig met de oplossing die zij het beste vinden”. Hiermee zou Trump breken met de koers van al zijn voorgangers. Ook zei Trump te willen werken aan een ‘geweldig vredesakkoord’ tussen beide partijen. Maar hij vroeg ook aan Netanyahu zich een beetje in te houden wat betreft de nederzettingenbouw, en een dag later lezen we opeens dat de Amerikaanse regering nog gewoon achter de tweestatenoplossing staat, en die niet ‘achterhaald’ is zoals een dag eerder gesuggereerd. Men wilde alleen ‘ook over andere dingen nadenken’, aldus Nikki Haley, de VS ambassadeur bij de VN. Trump had zelfs gezegd: “Doorgaan met nederzettingen is niet goed voor vrede. Iedere keer als je land neemt voor nederzettingen, blijft er minder over. Maar we kijken ernaar, en naar andere opties.” Aldus een artikel van Monique van Hoogstraten in Trouw.

Een verandering, zeker, maar niet een afscheid van de tweestatenoplossing. En Trump staat ontegenzeggelijk positiever tegenover Israel dan Obama, maar hij is niet zo kritiekloos als werd beweerd. Die verplaatsing van de ambassade blijkt bij nader inzien ook nog niet zo zeker te zijn. Het lijkt wel alsof voor nuance in de media geen plaats is. Israels regering is rechtser dan rechts, totdat er verkiezingen komen en er een nog rechtsere komt. Dan is de vorige regering opeens centrum-rechts en relatief gematigd. Israel bouwt zich suf, totdat er een nieuwe president in de VS komt. Dan blijkt dat de regering behoorlijk terughoudend was met bouwen en kolonisten steen en been klaagden. En Trump legt Israel geen strobreed in de weg, totdat hij dat opeens blijkt wel te doen. Etc.

In het Trouw artikel van Van Hoogstraten werd vervolgens weer eens benadrukt hoe havikachtig de regering in Israel is:

Dat was voor rechts flink slikken. De meeste ministers in het kabinet, inclusief de premier zelf, maken er allang geen geheim meer van dat ze de nederzettingen fors willen uitbreiden. Steeds vaker klinkt zelfs, dat het hele idee van een twee-staten-oplossing oudbakken is.

Er wordt inderdaad weer meer gepraat en nagedacht over de alternatieven voor twee staten, zowel aan de linker- als aan de rechterzijde van het politieke spectrum. Een reden daarvoor is de huidige impasse, die ook heeft bijgedragen aan de populariteit van rechts in Israel.

In de volgende blog bespreek ik een NRC artikel dat hier dieper op in gaat.

Ratna Pelle

 

      

Een illegale legaliseringswet? (IMO)

 

 

Minister van Justitie Ayelet Shaked, oppositieleider Isaac Herzog en onderwijsminister Naftali Bennett in de Knesset

 

http://www.israel-palestina.info/actueel/2017/02/17/een-illegale-legaliseringswet/

 

= IMO Blog =  

Vorige week nam de Knesset een omstreden wet aan waarmee huizen in nederzettingen op Palestijnse privégrond gelegaliseerd worden. Uiteraard was er veel kritiek; de VN en de bekende gremia deden de bekende verklaringen uitgaan. Maar dit keer was er ook felle kritiek in Israel, en niet alleen van de linkse oppositie. Ook Likoed leden als president Rivlin, Benny Begin en Dan Meridor zijn tegen. De procureur-generaal heeft al gewaarschuwd dat het hooggerechtshof hier niet mee kan instemmen en gezegd dat hij de wet daar niet wil verdedigen.

Wat maakt deze wet zo anders dan al het gebouw in de nederzettingen dat al jaren aan de gang is?, vragen sommigen zich wellicht af. Ofwel: is het niet hypocriet nu opeens te roepen dat er een grens is overschreden terwijl Israel al jaren steeds meer land van de Palestijnen ‘afsnoept’?

Het grote verschil is dat nederzettingen normaliter niet op privé grond van Palestijnen mogen worden gebouwd; Israel kan als bezetter niet zomaar grond van Palestijnen confisceren. Dit is wel gebeurd voor de bouw van de afscheidingsbarrière, maar op verschillende plaatsen heeft men de route daarvan moeten bijstellen omdat Palestijnen die met succes aanvochten bij het hooggerechtshof.

Volgens The Times of Israel heeft Israel de afgelopen 20 jaar nauwelijks privéland van Palestijnen geconfisceerd zonder dat het gebruik ervan ook vooral de Palestijnen ten goede zou komen. De media geven wat dit betreft vaak een ander beeld, omdat volgens de gangbare interpretatie van het internationaal recht alle nederzettingen illegaal zijn en al het land op de Westbank eigenlijk de Palestijnen toebehoort. Maar Israel maakt wat dit betreft een scherp onderscheid en gaat ook redelijk soepel om met de bewijsvoering dat land in bezit is van Palestijnen (dit dateert vaak nog van voor 1967 toen de Westbank onder Jordanië viel, en er zijn geen kadasters zoals wij die kennen).

Volgens het CIDI zijn zo’n 2000 huizen op privé grond gebouwd en die zijn ook volgens de Israelische wet niet legaal. Andere media spreken van 4000 huizen, en de NRC presteerde het zelfs in een artikel van 4000 nederzettingen te spreken, maar dat zal wel een vergissing zijn geweest.

De recente ontruiming van Amona is de trigger voor deze wet; de buitenpost Amona was gebouwd op privégrond en moest daarom van het hooggerechtshof ontruimd worden. Veel nederzettingen zijn gebouwd zonder duidelijke goedkeuring van de regering vooraf. Soms werd pas naderhand stilzwijgend steun verleend in de vorm van het leveren van diensten en faciliteiten voor bepaalde nederzettingen. In 2005 werd het Sasson rapport gepubliceerd, dat deze steun voor – soms ook volgens Israel illegale – nederzettingen (buitenposten) kritisch onderzocht en in kaart bracht (“unacknowledged government assistance to illegal settlement construction”). Sindsdien is het moeilijker geworden om op deze half legale wijze buitenposten te bouwen die dan later alsnog worden gelegaliseerd, of om nederzettingen uit te breiden.

De nieuwe wet beoogt feitelijk precies het tegenovergestelde als het Sasson rapport: alle huizen die oorspronkelijk illegaal werden gebouwd, want op privé grond van Palestijnen, dienen alsnog te worden gelegaliseerd. Daarvoor moet aan een van de volgende voorwaarden worden voldaan: de kolonisten moeten de huizen in ‘good faith’ hebben gebouwd, dat wil zeggen zonder zich ervan bewust te zijn dat de grond in privébezit was van Palestijnen, of de regering moet ‘de facto’ toestemming hebben gegeven er te bouwen. Dat laatste wordt heel ruim genomen:

And article 2 of the law ensures that it won’t be hard to demonstrate such support. It defines “agreement of the state” thus: “Explicitly or implicitly, beforehand or after the fact, including assistance in laying infrastructures, granting incentives, planning, publicity intended to encourage building or development, or financial or in-kind participation” in the settlement’s establishment.

If any state agency paved a road, provided electricity or, arguably, merely sent security or law enforcement forces to protect a settlement, the squatters may be able to claim “agreement of the state.”

Dit geldt voor veel buitenposten, en die moeten volgens deze nieuwe wet dus allemaal gelegaliseerd worden. De Palestijnse landbezitters krijgen vervolgens een royale compensatie van Israel van 125% van de waarde van het land. Overigens is lang niet alle privégrond van Palestijnen in gebruik. Voorstanders van de wet wijzen er vaak op dat koning Hussein van Jordanië indertijd nogal royaal was en stukken land op de Westbank uitdeelde aan mensen om hen te bedanken voor bewezen diensten of anderszins wou plezieren. Die mensen woonden er niet en deden verder niks met het land.

Het grote gevaar van en probleem met deze wet is volgens veel tegenstanders echter dat Israelisch civiel recht nu wordt toegepast in gebied dat niet soeverein Israelisch is. Tot nu toe werd op de Westbank gebruik gemaakt van de oude Jordaanse wetten en van militair recht. Daarbij worden de Palestijnen behandeld als levend onder een bezetting, en gelden de regels die het internationaal recht daarvoor heeft opgesteld (Vierde Geneefse Conventie).

Hoewel Israels officiële positie is dat het gebied betwist is en niet bezet, neemt Israel de verplichtingen die een bezetter heeft in acht. Daarbij hoort dat de bevolking niet onder het civiele recht kan vallen van de bezettende mogendheid, daar zij niet kan stemmen voor de regering van die mogendheid en dus op geen enkele manier invloed kunnen hebben op het beleid. Talia Sasson stelde het in The Times of Israel heel helder:

“A state can only legislate where it is sovereign,” Talia Sasson told The Times of Israel in an interview Tuesday. “The basic theory is that the people are sovereign, we choose representatives and they decide the way we behave within this [sovereign] territory.”

Israel verdedigt de bezetting onder andere met het argument dat die tijdelijk is in afwachting van een vredesverdrag. Een situatie die nu al 50 jaar duurt, maar dat is niet voornamelijk Israels schuld: er zijn diverse vredesvoorstellen gedaan en onderhandelingen gevoerd, maar deze voldeden niet aan de Palestijnse eisen. Ook stellen de Palestijnen steeds voorwaarden vooraf om te gaan onderhandelen, waardoor deze geregeld stil komen te liggen. De rechtse regering in Israel is op het moment ook niet erg happig op serieuze onderhandelingen en de mogelijkheid allerlei concessies te moeten doen.

Op plaatsen waar de Palestijnen met Israelische wetten te maken hebben, zoals in Jeruzalem, is hun het Israelisch staatsburgerschap aangeboden en hebben Palestijnen meer rechten dan op de Westbank (de meesten wezen het om principiële redenen af en hebben nu ‘residentie status’). Dit alles om een vorm van ‘apartheid’ te voorkomen: dat verschillende bevolkingsgroepen in hetzelfde gebied onder verschillende wetten vallen. Zelfs president Reuven Rivlin waarschuwt hiervoor, en ziet liever dat Israel de Westbank annexeert en de Palestijnen volledige burgerrechten geeft, omdat daarmee Israels democratische karakter behouden blijft:

“Applying sovereignty to an area gives citizenship to all those living there,” he said repeatedly. “There is no [separate] law for Israelis and for non-Israelis. It must be clear: If we extend sovereignty, the law must apply equally to all,” the president said.

The speech came a day after the president was quoted expressing concern that any unilateral annexation moves that infringed on Palestinians’ rights could be tantamount to apartheid.

Het grote probleem met annexatie is dat zowel Israel als de Palestijnen dat niet willen omdat het neer komt op een gedeelde staat voor beide volken, waarmee binnen afzienbare tijd een einde zal komen aan Joodse zelfbeschikking en/of een burgeroorlog zal uitbreken. De miljoenen nakomelingen van de Palestijnse vluchtelingen kunnen dan ook alleen naar Israel terug, waar ze ook stemrecht zouden krijgen en zorgen voor een Palestijnse meerderheid in het land.

Dat maakt Rivlins kritiek op de nieuwe wet echter niet minder steekhoudend: het feit dat een deel van de grond die in bezit is van Palestijnen niet door hen wordt gebruikt, maakt nog niet dat Israel die zomaar kan confisceren om het vol te bouwen met nederzettingen. Nederzettingen die de stichting van een Palestijnse staat danig in de weg zullen zitten, en in een vredesregeling (als die er ooit komt) waarschijnlijk weer afgebroken moeten worden.

De Israelische regering steunt officieel nog steeds de tweestatenoplossing, al zijn sommige partijen faliekant tegen en is ook Netanyahu bepaalt niet enthousiast. Bouwen in Jeruzalem of in de grote blokken dichtbij de Groene Lijn zou nog grotendeels via een uitruil van gebieden kunnen worden ‘opgevangen’, maar deze wet maakt het volgens tegenstanders mogelijk om ongebreideld te gaan bouwen, overal op de Westbank. Daar is niemand bij gebaat.

Ratna Pelle

 

      

Reguleringswet nederzettingen: een draak van een wet

 

Of de juridische implicaties die Bart Schut hieronder schetst juist zijn, weet ik niet, maar evident is dat de 'Reguleringswet' die Palestijnse grond onteigent waarop nederzettingen zijn gebouwd (indien kolonisten 'niet wisten dat ze op privégrond bouwden'), desastreus is voor Israels verhoudingen met de rest van de wereld. Om te beginnen zal het indienen van de wet er sterk aan hebben bijgedragen dat de regering Obama er in december vanaf zag om een resolutie tegen de nederzettingen van de VN Veiligheidsraad te blokkeren.

 

Wouter

____________

 

Een draak van een wet

De kersverse 'Regulation Law' maakt het mogelijk dat de Israëlische regering land onteigent dat Palestijns privébezit is. De juridische, morele en diplomatieke schade van de wet is nauwelijks te overschatten.

Buiten Israël is nauwelijks steun te vinden voor de onteigeningswet die deze week door de Knesset werd aangenomen. De VN, de EU en haar machtigste staten (Frankrijk, Groot-Brittannië, Duitsland), eerder al de regering-Obama en uiteraard de hele Arabische wereld, zijn unaniem in hun afwijzing van de maatregel, die een schier onbeperkte uitbreiding van de Joodse nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever mogelijk maakt.

De Israëlische politiek zelf is tot op het bot verdeeld. De gehele oppositie stemde deze week tegen, aan coalitiezijde schaarde alleen Likoed-veteraan Benny Begin zich bij de tegenstanders. Advocaat-generaal Avichai Mandelblit heeft laten doorschemeren bij het Hooggerechtshof tégen de wet te pleiten, een bijna unieke actie. Aan de andere kant kunnen de kolonisten op de Westbank hun geluk niet op. De nieuwe regel maakt de legalisering van 4000 illegaal gebouwde woningen mogelijk, waardoor ontruimingen – zoals die van Amona vorige week – definitief tot het verleden zouden behoren.

Te goeder trouw
De Regulation Law bepaalt dat wanneer kolonisten 'te goeder trouw' (lees: wanneer zij niet weten dat het land waarop zij bouwen Palestijns privébezit is) bouwen op de Westelijke Jordaanoever, de regering in Jeruzalem de eigenaar schadeloos stelt met 125 procent van de commerciële waarde van het land of met de waarde van twintig jaar huuropbrengst. De Palestijnse eigenaar is daarmee zijn land kwijt, voorgoed. De wet geldt voor alle toekomstige en de (naar schatting zo'n 4000) bestaande bouwwerken op Palestijns privéland. De sloop van de door het Israëlische Hooggerechtshof illegaal verklaarde woningen in Amona is met onmiddellijke ingang stopgezet, dit tot grote vreugde van rechts Israël.

De wet komt dan ook uit de koker van Naftali Bennett, leider van het uiterst rechtse Habayit Hayehudi (het Joodse Huis) en minister van Onderwijs. Bennett pleit al jaren voor volledige annexatie van de Westelijke Jordaanoever en het vrijwel onbeperkt kunnen bouwen van nederzettingen lijkt een belangrijke stap in de verwezenlijking van dit doel. Zijn partijgenoot in de Knesset Shulli Muallem-Refaeli zei voor de stemming van afgelopen maandag dat de wet 'is opgedragen aan de moedige bewoners van Amona die zijn gedwongen een lot te ondergaan dat geen Joodse familie ooit nog zal bedreigen'.

Rugdekking
In ieder geval kan (en moet) de Regulation Law worden gezien als een escalatie van het nederzettingenbeleid. Sinds het begin van dit jaar kondigde de regering-Netanyahu ook al de bouw van meer dan 7000 woningen op de Westbank en in Oost-Jeruzalem aan. Het is moeilijk deze ramkoers los te zien van de nieuwe rugdekking die Netanyahu verwacht vanuit het Witte Huis. Maar de vraag is of zelfs de zo Israël-verliefde Trump-regering deze wel zeer unilaterale stap van Jeruzalem zal waarderen. Washington heeft Netanyahu vriendelijk gevraagd niet te vaak met dit soort verrassingen te komen. Er zal een moment zijn waarop de Amerikaanse toon in een waarschuwing verandert en de Regulation Law zou hier weleens het eerste voorbeeld van kunnen worden. Volgende week bezoekt Netanyahu voor het eerst de kersverse president in Washington.

De reden dat de internationale gemeenschap zo scherp reageert is dat de Regulation Law elke kans op een tweestatenoplossing om zeep lijkt te helpen. Hoewel dit ongetwijfeld ook de bedoeling is van Bennett en zijn rechtse bondgenoten, is elke andere uitkomst onbespreekbaar voor zo ongeveer iedereen buiten Israël. Met dit soort maatregelen dreigt Jeruzalem het laatste restje steun en sympathie in met name de Europese hoofdsteden – waar het nederzettingenbeleid als grootste obstakel voor vrede wordt gezien – te verliezen.

Betwist of bezet
Dat de nieuwe wet een duidelijke schending van internationaal recht is, lijdt geen twijfel. De Vierde Conventie van Genève verbiedt uitdrukkelijk de bouw van nederzettingen in bezet gebied. Normaal gesproken verweert Israël zich hiertegen met het argument dat 'Judea en Samaria' niet bezet maar betwist zijn. Maar op het moment dat de regering in Jeruzalem een Israëlische onteigeningswet van kracht maakt in dat gebied, is van betwisting geen sprake meer. Nationale wetgeving is immers alleen van kracht in het eigen territorium. De wet ondermijnt dus Israëls sterkste (en wellicht enige) argument tegen de illegaliteit van de nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever. Het is heel simpel: of het gebied is 'betwist' en dan is de Regulation Law er niet geldig, of de wet geldt en dan is het gebied niet langer betwist maar 'gewoon' bezet. Israël kan juridisch net zo min Palestijns privéland onteigenen als Nederland de maximumsnelheid op de Duitse Autobahn kan beperken.

Waar de meerderheid van de Knesset dit argument tegen de Regulation Law niet ziet of wenst te zien, richten tegenstanders hun hoop op het Hooggerechtshof in Jeruzalem. Verwacht wordt dat de raadslieden grote moeite met de wet zullen hebben, niet alleen op bovenstaande juridische gronden, maar ook omdat de wet specifiek gericht lijkt te zijn tegen jurisprudentie van het Hof. Bennett probeerde met indiening ervan ontruimingen zoals die in Amona te voorkomen en daarmee uitspraken van het Hooggerechtshof in de wielen te rijden. Zelfs minister van Defensie Avigdor Liberman, toch niet bepaald een vredesduif, weet het zeker: "De kans dat de wet wordt afgeschoten door het Hooggerechtshof is 100 procent." Misschien is dat wel het beste dat Israël op dit moment kan overkomen.

 

      

Israël tussen hoop en vrees: onevenwichtige boekrecensie door Marcel Hulspas

 

 

http://www.israel-palestina.info/actueel/2017/02/16/israel-hoop-en-vrees-onevenwichtige-boekrecensie-marcel-hulspas/

 

– Door Tjalling –  

Tijdens zijn langdurige correspondentschap in Israël zag journalist Salomon Bouman de Israëlische maatschappij een gedaanteverwisseling ondergaan. Van een sobere, op socialistische leest geschoeide samenleving, zag hij die veranderen in een steeds meer individualistische en kapitalistische maatschappij. In zijn meest recente boek ‘Israël tussen hoop en vrees’ doet Bouman aan de hand van zijn persoonlijke ervaringen als correspondent in Israël verslag van de politieke geschiedenis van het land.

Bouman is somber gestemd over de ontwikkeling die hij heeft waargenomen en aan de hand waarvan hij zijn boek ‘Hoop en vrees’ heeft geschreven. Marcel Hulspas schreef er een recensie over op 11 februari in de Volkskrant, maar wel met veel eigen interpretatie. Zo schrijft hij o.a. dat ‘Israël na de Zesdaagse Oorlog in 1967 zijn ideale gedroomde omvang had bereikt en tegelijk ook een bezettingsmacht was geworden’. In werkelijkheid viel er toentertijd voor Israël weinig te dromen. Het land viel weliswaar als eerste aan op 5 juni van dat jaar, maar had daarvoor wel een zeer dringende reden, namelijk om verdere opbouw van een overmacht aan Arabische troepen te voorkomen. Egypte, dat op 22 mei de Straat van Tiran had geblokkeerd voor Israëlische schepen, had al op 27 mei Israël willen aanvallen en zag daar op het laatste moment van af. Israël kon de grootscheepse mobilisatie van haar leger intussen niet meer lang volhouden.

Voorts merkt Hulspas in zijn recensie op ‘dat blijvende vrede alleen maar mogelijk was door het veroverde bezette gebied deels weer over te dragen’. Zo’n gedeeltelijke overdracht is echter bij lange na niet genoeg voor Israëls vijanden. Dit is in het verleden al duidelijk gebleken. Na een conferentie van de leiders van acht Arabische staten werd op 1 september 1967 de Resolutie van Khartoem uitgegeven. Daarin werd eensgezind verklaard: ”Geen vrede met Israël, geen erkenning van Israël, geen onderhandelingen met Israël”. Tegen het einde van dat jaar riep VN resolutie 242 op tot onderhandelingen om te komen tot een permanente vrede en terugtrekking van Israël uit bezette gebieden. Het benadrukte ook het recht van alle staten in de regio op veilige en erkende grenzen (een duidelijke verwijzing naar Israël). Israël accepteerde deze resolutie, maar de Arabische staten niet. Pas na nog een oorlog, de Jom Kippoer Oorlog van 1973 waarbij Israël volkomen verrast werd door haar vijanden, kwam uiteindelijk de Likoed van Begin aan de macht.

In de jaren ’90 begon met de formele erkenning van Israël door de PLO het vredesproces met de Palestijnen, maar door de jaren heen liepen Palestijnse onderhandelaars meermaals weg van de onderhandelingstafel en werd in 2000 het verstrekkende vredesaanbod van premier Ehud Barak op basis van voorstellen van V.S. president Clinton, waarbij zelfs delen van Oost Jeruzalem zouden worden opgegeven, geweigerd door Jasser Arafat.

In de westerse wereld heeft de optimistische sfeer die heerste na de val van de Berlijnse muur, plaats gemaakt voor een meer kapitalistische en rechtsere samenleving met sterke populistische tendensen. De sombere stemming van Bouman komt natuurlijk mee omdat hij van Israël houdt, maar Hulspas had er in zijn recensie niet moeten negeren dat de ontwikkeling binnen de Israëlische samenleving grote raakvlakken heeft met die in de hele westerse wereld.

 

      

More Recent Articles


You Might Like

Click here to safely unsubscribe from "Israel & Palestijnen Nieuws Blog."
Click here to view mailing archives, here to change your preferences, or here to subscribePrivacy